Coppens ondervraagt Rekenhof over audit bij Brusselse brandweer




Op 9 januari 2018 ontving de commissie Binnenlandse Zaken van het Brussels Parlement vertegenwoordigers van het Rekenhof voor een eerste hoorzitting over de audit bij de Brusselse brandweer. Lees hieronder de tussenkomst van René Coppens.

Namens de Open Vld-fractie dank ik de vertegenwoordigers van het Rekenhof voor hun komst naar de commissie Binnenlandse Zaken van het Brussels Parlement en voor hun bereidwillige medewerking. Ik hoop alvast dat de hoorzittingen van vandaag en de komende weken kunnen plaatsvinden in een sfeer van sereniteit en dat we op een constructieve manier kunnen debatteren over de dagelijkse werking van de DBDMH, die ik hierna verder zal benoemen als de ‘Brusselse brandweerdiensten’. 

Het is intussen genoegzaam bekend waarom we deze hoorzittingen hebben georganiseerd. Uit een doorlichting van het Rekenhof blijkt dat de Brusselse brandweerdiensten de wet op de openbare aanbestedingen in de periode van 2012 tot 2015 stelselmatig met de voeten trad. 

Het rapport heeft terecht heel wat stof doen opwaaien en de nodige politieke en maatschappelijke consternatie veroorzaakt. Het is mij nog altijd een raadsel hoe het komt dat de vermelde wantoestanden gedurende verschillende jaren hebben kunnen plaatsvinden. 

Maar anderzijds weten we ook allemaal dat er sinds het aantreden van de huidige Regering al verschillende structurele hervormingen zijn doorgevoerd die ervoor zorgen dat de onregelmatigheden die aan het licht zijn gekomen, zich vandaag en in de toekomst niet meer kunnen voordoen en definitief tot het verleden behoren. Dat wil niet zeggen dat we de feiten van toentertijd moeten minimaliseren. Wel integendeel, ik deel volkomen de verontwaardiging over de anomalieën die hebben plaatsgehad. Het is nu onze gezamenlijke verantwoordelijkheid om uit deze voorvallen te leren.


Vooreerst wens ik het Rekenhof te feliciteren met het grondige onderzoekswerk dat aan de basis ligt van voorliggend rapport over het beheer van de overheidsopdrachten bij de DBDMH. Het adequate verslag geeft alleszins blijk van een secure controle en een nauwgezette analyse en is bovendien gestaafd met verschillende concrete voorbeelden, die de vastgestelde problemen op een verbazingwekkende manier illustreren. Bij elke probleem dat werd geconstateerd, formuleerde het Rekenhof de nodige aanbevelingen om tot structurele oplossingen te komen.

Ik begin met enkele vragen van algemene aard. Ik wil van de gelegenheid gebruikmaken om eens te peilen naar de precieze werkwijze die door het Rekenhof werd gehanteerd bij het voeren van het onderzoek naar de Brusselse brandweerdiensten. 

We weten dat het Rekenhof 138 opdrachten uit de periode 2012-2015 heeft onderzocht, alsook een reeks uitgaven. Wat zijn de verschillende stappen die werden ondernomen tijdens de audit? Hoe begint het Rekenhof aan een audit? Wat moet ik mij daar precies bij voorstellen? Wanneer is men met het onderzoek begonnen en hoe lang heeft de procedure geduurd? Welke rol heeft de administratie van de DBDMH gespeeld? Werden de administratieve medewerkers ondervraagd of bleef de audit beperkt tot een onderzoek van de boekhouding als dusdanig? 

Nog belangrijker is de vraag wie opdracht heeft gegeven tot het voeren van de audit. Gebeurde dit onderzoek op initiatief van het Rekenhof zelf?


Wat de kern van de zaak betreft: Hoe is het mogelijk dat de DBDMH de wet op de openbare aanbestedingen jarenlang naast zich heeft kunnen neerleggen? Kan het Rekenhof daar een verklaring voor geven? Het rapport spreekt over een gebrekkige kennis van de regelgeving bij de toenmalige beamten, het feit dat de DBDMH niet beschikte over een juridische dienst en dat er geen leidraad voor het beheer van overheidsopdrachten ter beschikking was. Kunnen de vertegenwoordigers van het Rekenhof hier verder op ingaan en de fundamentele oorzaken meer verduidelijken?

Concreet blijkt uit het rapport onder meer dat de Brusselse brandweerdiensten geen register van hun overheidsopdrachten bijhielden en dat de dossiers slecht gedocumenteerd en onvolledig waren. Heeft het Rekenhof hiervoor een verklaring kunnen vinden? Verder zijn er goederen en diensten aangekocht zonder formele overheidsopdrachtenprocedure. Hebben de diensten van de DBDMH hierover enige uitleg verschaft tijdens het onderzoek?


Werd het Rekenhof tijdens het onderzoek in kennis gesteld over de interne hervormingen die al sinds het begin van deze legislatuur worden doorgevoerd? Was het Rekenhof op de hoogte van de ordonnantie van 2015 m.b.t. de herstructurering van de Brusselse brandweerdiensten? Ik verwijs in dat verband graag naar het verslag van de vorige commissievergadering waarin de bevoegde Staatssecretaris uitvoerig heeft omschreven welke acties de laatste maanden en jaren werden ondernomen om de problemen rond de openbare aanbestedingen bij de DBDMH structureel op te lossen. Heeft het Rekenhof daar rekening mee gehouden bij het formuleren van de aanbevelingen? Sommigen van de aanbevelingen die in het rapport staan, werden volgens mij de laatste jaren wel degelijk al in praktijk omgezet.

Ter afronding: Zijn er volgens het Rekenhof ook strafrechtelijke misdrijven gepleegd? Indien ja, om welke feiten gaat het en welke gevolgen kan hier aan gegeven worden?

Nog een laatste vraag: Hoe zal het Rekenhof dit dossier verder opvolgen? Of is de rol van het Rekenhof uitgespeeld na de totstandkoming van het auditverslag en het formuleren van de aanbevelingen?