Sla navigatie over

Khadija Zamouri: "Brusselse start-ups leiden in Belgische innovatie"

Brussel 29-12-2023 | In de Commissie Economie werd de begroting voor 2024 besproken. Khadija Zamouri, Brussels parlementslid besprak de grootste wijzigingen en stelde staatssecretaris Trachte hierrond enkele vragen.

In de Brussels Metropolitan Region wordt het grootste deel van de Belgische welvaart gecreëerd. Brussel is daarbij de economische motor van België. Ons Gewest is een innovatieve, ondernemende hub die al decennialang de toon zet. Maar dat is geen permanent gewonnen feit. Om die rol te behouden moet Brussel actief beleid voeren, haar aantrekkelijkheid verhogen. Historisch was die rol gemakkelijker, maar ze komt meer en meer onder druk te staan. Ondertussen produceert Brussel nog steeds 17% van het BBP maar, en ik wil niet alarmerend doen, het zit in dalende lijn. Dat moet terug omgedraaid worden, en dat zal niet met een vingerknip, noch via één beleidsdomein gebeuren.

De groene transitie vormt hierin een opportuniteit. De urgentie en het belang daarvan zit er stevig in, zowel bij de bedrijfswereld als in het bredere maatschappelijke bewustzijn. Bedrijven zijn intensief in de weer om zich aan te passen qua energie, verpakking, gebruik van materialen, hergebruik, verspilling, … De hele Shifting Economy staat bol met voorbeelden. En dat is goed nieuws want innovatie en innovatief ondernemerschap maken meestal het verschil als het op de klimaattransitie aankomt. Brussel zelf scoort zeer hoog qua innovatieve ondernemers die klimaatvriendelijke technologie ontwikkelen. Dat is deels het gevolg van de Brusselse strategie, die sterk in innovatie en vernieuwing investeert. Over Innoviris en Finance & Invest krijgen we veel positieve reacties bij onze bedrijfsbezoeken. Dat moeten we behouden.

  • Hoe kunnen we nog beter doen op het vlak van start-ups?

Wanneer de bedrijven een “scale-up” willen zijn, dan voelen ze zich al snel in de steek gelaten. De aandacht (en geld) van het Gewest gaat daar naar vzw’s. Bovendien horen we dat organisaties ‘exemplarisch’ moeten zijn, horen we steeds, wat gepaard gaat met veel onduidelijkheid. We moeten ook rekening houden met de impact van het bedrijf. In duurzaamheid zijn het net de grote bedrijven die enorme verbeteringen voor het klimaat bewerkstelligen, bv. in de bouwsector. Om verder te groeien zetten ze in op innovatie. En die innovaties brengen nieuwe ontwikkelingen met zich mee waar andere organisaties dan weer op inpikken. De bedrijven hebben daar de capaciteit en de drijfveer voor. Een vzw daarentegen heeft vaak een pak minder impact, ondanks de mooie façade. Bovendien blijven veel van die vzw’s niet duren of moeten ze doorheen hun hele levenscyclus ondersteund worden met overheidsgeld. De ondersteuning van HUB en andere Gewestelijke actoren moet ook gericht zijn op de reële economie en niet ideologisch geleid. Daarnaast moet het gericht en van tijdelijke aard zijn. Onze fractie pleit dus wederom voor een Spending Review van de steun- en begeleidingsmaatregelen van hub.brussels.

  • Staat deze gepland?
  • Zijn de succesfactoren en moeilijkheden voor scale-ups geïdentificeerd? Dit zijn zaken die we moeten in kaart brengen, willen we de economische transitie laten slagen.

Na de opeenvolgende crisissen is zekerheid en stabiliteit belangrijk. Bedrijven willen even bekomen. Maar tegelijkertijd willen ze mee in de innovatie, ze willen de strengere afdwinging van de SDG’s voor zijn. Sommige bedrijven missen momenteel de flexibiliteit om hun business nog eens aan te passen. Veel van de Brusselse bedrijven kunnen goede begeleiding dan ook appreciëren. We kunnen als overheid niet enkel de voorlopers belonen en hun koppositie bevestigen. Ook de vandaag nog achterblijvers moeten de kans krijgen om hun doorstart te maken. Ze vragen ook duidelijkheid en rechtszekerheid, met voldoende ruimte voor de diverse economische actoren. Het Gewest moet hier een faciliterende rol spelen. En het goede nieuws is dat ze dat niet alleen moet doen. De werkgeversfederaties willen hier een constructieve partner zijn, zij hebben de expertise en staan dicht bij het werkveld. Zo zouden we synergieën creëren met een bredere impact. Toch horen we daar opnieuw dat de sociale partners in hun geheel opzij worden geschoven. Ze vragen voor een grotere betrokkenheid maar die wordt, bewust of onbewust, niet gehoord. We hopen van harte dat de aanpassing van de statuten van HUB daar een positieve weerslag op zal hebben.

  • Zal u dit evalueren? Zijn er initiatieven om werkgevers(federaties) meer te betrekken bij het Gewestelijk economisch beleid?

We zouden die connectie met werkgeversfederaties ook graag zien in de dienst 1819. Recent tijdens een bedrijfsbezoek hoorden we nog hoe een ondernemer goed geholpen werd door 1819. Maar de ondernemer werd niet doorverwezen naar organisaties zoals LEAD, UCM, BECI, Unizo, … Dat is een gebrek want daardoor komen jonge ondernemers niet in dat netwerk terecht. Terwijl een goed netwerk net zoveel nut kan hebben voor een succesvol slagen. 1819 levert een goede dienst, maar moet ook de andere actoren hun rol laten spelen. Datzelfde geldt voor Hub. Hub moet samen met de private en publieke partners bijdragen aan een goed ondernemingsklimaat in Brussel.

Onze Brusselse ondernemers betreuren dat ze niet in de armen worden gesloten bij het Brussels beleid. We hebben zeer ambitieuze doelstellingen inzake duurzaamheid, participatie, technologie, … . Onze overheid moet bovendien efficiënt werken zeker gezien de budgettaire context. Innovatie is daar een onmisbare sleutel. De Brusselse bedrijven zijn kampioen in die innovatie, vaak stroomt ze door uit onze hogescholen en universiteiten. Dat wordt erkend in binnen- én buitenland. Vlaanderen en Vlaamse gemeenten gaan gretig met onze ondernemingen aan de slag, zelf in de VSA is er vraag voor. In Brussel moedigen we ze bij opstart sterk aan, maar in de toepassing van het eigen beleid lijken we ervoor te bedanken. We mogen het potentieel van deze groene & innovatieve bedrijven niet onbenut laten.

  • Hoe verzekert u dat er gebruik gemaakt wordt, door het Gewest, van de reeds bestaande expertise van start-ups en andere bedrijven bij de beleidsuitvoering?

Door zelf opnieuw het warm water (proberen) uit te vinden hebben de overheid en vzw’s nood aan interessante profielen. Die gaan dan niet in de privé aan de slag. Zo mengt de overheid zich in de ‘war on talent’ die vandaag de arbeidsmarkt kenmerkt. Maar we verdelen de expertise en plukken er de vruchten niet van. Daar is het volgens ons toch eens tijd voor een herbronning.

Brussel is interessant voor ondernemers, het ligt centraal, we hebben hoogopgeleid en meertalig personeel, we zijn multicultureel, … Toch zien we haar BBP percentage dalen. Meer en meer vinden bedrijven hun thuishaven in de Rand rond Brussel en in Waals-Brabant. Belangrijke argumenten die we daarvoor horen zijn de mobiliteit en de administratieve lasten. Daar moet dus een versnelling hoger geschakeld worden. We moeten verzekeren dat Brussel aanlokkelijk blijft voor ondernemingen, zowel voor bestaande als nieuwe bedrijven. Want het heeft een belangrijke weerslag op onze welvaart, op de breedte en kwaliteit van onze overheidsdiensten, op onze investeringen, op onze bijdrage tot de klimaattransitie, op onze tewerkstelling, op de koopkracht, enzovoort. Een ‘open mind’ is daarbij essentieel. We moeten evalueren waar wij het verschil kunnen maken als Gewest, zonder al te strikt te zijn: want niemand weet met zekerheid hoe de toekomst er zal uitzien. We moeten dus vanalles en nog wat uitproberen. Wat wel met zekerheid gezegd kan worden is dat we KMO’s en grote bedrijven nodig zullen blijven hebben. Dat ontkennen is spelen met de toekomst.

  • Zijn er al uitgebreide analyses geweest over het verschil tussen Brussel en haar rand?

Daarbij moeten we volgens ons meer gaan naar samenwerking en afstemming met Vlaanderen i.p.v. concurrentie. Maar ook binnen Brussel moeten we dringend ons huiswerk doen, wat ons opnieuw een aantrekkelijkere partner zal maken. Bedrijfsleiders klagen vaak over onnodige administratieve en praktische belemmeringen, de onzekerheid van het gemeentelijk beleid, een te lang vergunningsproces, etc. Zij leiden tot een uitstroom van bedrijven en investeringen, weg van Brussel. Dat schaadt op lange termijn de economische vitaliteit van de stad, met alle negatieve gevolgen die ik daarnet aanhaalde. Hier moet dringend met een frisse blik naar gekeken worden want het gaat vaak om diep ingebedde werkwijzen.

  • Is er vergelijkend onderzoek naar de gemeentelijke bedrijfsbelastingen en parafiscaliteit in de Rand, Vlaams- en Waals-Brabant en hoe dit de keuzes van bedrijven voor hun ligging en doorgroei beïnvloed? Wat kunnen we daaruit leren?

Het kan niet de bedoeling zijn om naar een vzw-economie te evolueren. We mogen niet blijven steken in kleinschalige sociale economie-initiatieven. Groei betekent innovatie. Welvaart en een lage ecologische afdruk gaan zo hand in hand. De economie is een partner in die innovatie, die mee zal evolueren in de groene transitie. We mogen onze ogen daar niet voor sluiten, want het zou ons zuur opbreken. Onze bedrijven zullen de snelheid waarmee we die uitdaging beantwoorden een boost geven. Een te strak kader zal hier net afremmend werken. De aandacht voor echt ondernemen moet dus voorop staan.

Ik dank u alvast voor uw antwoorden.

Meest recente berichten

Gemaakt door Code Nation via NationBuilder