Sla navigatie over

Khadija Zamouri: "De Brusselse arbeidsmarkt verbetert, maar we moeten er blijven op inzetten"

Brussel 22-12-2023 | In de Commissie Tewerkstelling werd de begroting voor 2024 besproken. Khadija Zamouri, Brussels parlementslid besprak de grootste wijzigingen en stelde minister Clerfayt hierrond enkele vragen.

Als ik de begroting juist lees, dan is de stijging bijna uitsluitend toe te wijzen aan het beheer en uitbetalen van de dienstencheques. De sector van de huishoudhulp zorgt voor een grote tewerkstelling in Brussel. Dat is deels dankzij ons omvatbaar openbaar vervoernetwerk. Grote investeringen, zoals de metro, werpen daar hun vruchten elke dag af. Zonder het metronetwerk, dat als ruggengraat van onze Brusselse mobiliteit functioneert, zou een huishoudhulp van Anderlecht nooit voldoende voordeel halen uit een job in Schaarbeek.

De dienstencheques sector is een van de belangrijkste instrumenten om een bepaald segment van de bevolking te bereiken, om hen uit die illegale of grijze zone te helpen. Daardoor kunnen ze o.a. sociale rechten opbouwen. We moeten hierin blijven investeren. Maar het moet betaalbaar blijven, en dat staat onder druk. Het systeem moet voldoende rendabel zijn voor zowel de werker, als de tewerkstellende onderneming als de overheid.

Gelukkig zit er nog wat prijselasticiteit op de dienstencheques. Die grens is altijd moeilijk te bepalen, maar de mensen zijn bereid een hoger bedrag te betalen voor deze waardevolle arbeid. Het feit dat de prijs van een dienstencheque zo ver onder de nettoprijs ligt, blijft verbazen. Wanneer we uiteindelijk overgaan tot een verhoging, moet dat gebruikt worden voor de aantrekkelijkheid en rentabiliteit van de sector. Bv. voor de opleiding van de werknemer, in lijn met de recente ordonnantie die we in dit parlement gestemd hebben.

  • De extra verplichtingen worden aangekaart als een hoge financiële druk, door ondernemingen én vzw’s. De welzijnsgerichte en emanciperende focus moet evenwel behouden worden. De tewerkstellende organisaties vragen voor een haalbaar kader, er moet dan ook nagedacht worden -met de sector- hoe die prijs verder moet evolueren.

In juli waren er meer dan 89.000 NWWZ, een lichte stijging, terwijl het aantal vacatures op hetzelfde peil als vorig jaar blijft. Heel wat bedrijven kiezen bewust voor Brussel. We liggen centraal in Europa, er is veel potentieel op de arbeidsmarkt, een open multiculturele samenleving, … etc. Dat is positief nieuws voor Brussel, want meer ondernemingen betekent meer tewerkstelling, wat resulteert in meer welvaart. Met die aantrekkingskracht kunnen we ook het ‘Brussel als laboratorium’ blijven bestendigen. We, of beter onze ondernemers, zijn voortrekkers in vele innovatieve verhalen. Brussel kent een goed ondernemerschapsklimaat en dat moeten we behouden. Voor andere bedrijven was de keuze voor Brussel eerder ingegeven uit familiale traditie, uit principe of vanwege lokale steun. Tijdens onze bedrijfsbezoeken horen we bij hen allemaal echter hetzelfde signaal: lokaal vinden ze het personeel niet, zelfs voor vaak laaggeschoolde taken. Ze moeten dan noodgedwongen rekruteren in Vlaanderen. Van Actiris horen de ondernemers dat er geen kandidaten aan het profiel beantwoorden. Van u vernemen we dat de Brusselse werkzoekenden vooral laagopgeleid zijn. Maar dus ook voor laagopgeleide jobs blijven vacatures openstaan zelfs wanneer bedrijven de opleiding op zich willen nemen. Daar loopt iets mis en het frustreert de ondernemers. De slechte activatie en mismatch op de arbeidsmarkt is te aanwezig in Brussel en tast het imago aan.

  • Meneer de minister, is er een spending review gepland met betrekking tot het activeringsbeleid? Het dringt zich in onze ogen meer en meer op.
  • Zijn er nieuwe initiatieven gepland voor activering van personen?
  • Hoe staat het met de proefprojecten om de activiteiten in de zwarte of grijze sector naar de reguliere economie te brengen?

Ik verwijs ook naar mijn vraag in het voorjaar over het uitvoeren van de controle op de arbeidsbeschikbaarheid. Elke persoon heeft recht op maatschappelijke integratie, bij voorkeur via inschakeling in het beroepsleven, met een geïndividualiseerd traject. De uitvoeringsbevoegdheid ligt volledig in de handen van het Gewest. Toch horen we dat minimale opvolging de standaard is. De idee ontstaat in hoofden van velen dat werken niet loont, of beter: dat niet-werken loont. De facto zien sommige mensen die uitkering als een basisinkomen, wat niet de afspraak is. De juiste motivatie ontbreekt. Dat leeft enorm bij de bedrijven die we bezoeken. Ondernemers vertellen bv. over werknemers die vragen voor hun ontslag omdat ze meer voordelen genieten bij het OCMW. Dat blijft je bij. We mogen daarin nooit veralgemenen, of tot een heksenjacht overgaan. Het blijft een balans van opleiding, van de kloof aanpakken. We vragen dus niet voor strengere straffen, of het permanent ontnemen van leefloon of uitkering. Mensen moeten geholpen worden, en begeleid worden naar de arbeidsmarkt, daar zijn we het denk ik over eens. De wet (zowel de RVA wetgeving waar we via Actiris en de afspraken met federaal impact op hebben, als de OCMW-wetgeving waar we via de GGC, zeker met art. 60 impact op hebben) bevat een gezond compromis, maar dan moet de controle die voorzien is, er ook effectief zijn. Onderzoek toont steevast aan dat het niet zozeer de zwaarte van de straf is die speelt, maar wel de controle en pakkans. De straf kan bijvoorbeeld zijn om slechts een gedeelte van het leefloon in te houden. De sociale zekerheid moet fair zijn. Daarom dring ik aan op een effectieve toepassing van de wet en een onderzoek naar de werkloosheidsvallen in ons Gewest.

Een positiever verhaal horen we bij de ervaringen met vluchtelingen. Sommige bedrijven zoeken ze zelfs actief op. De attitude van deze groep staat volgens hen in scherp contrast met die van sommige permanente inwoners. De vraag naar opleiding van deze gemotiveerde groep leeft bij de ondernemers. We zijn dan ook een voorstander van die vluchtelingen te activeren. Het is echter duidelijk dat u, gezien de bevoegdheidsverdeling, daarvoor niet alle sleutels in handen hebt.

Langs de andere kant wil ik ook benadrukken dat Brusselse werkzoekenden, en dan spreek ik specifiek over Belgen van Afrikaanse origine, nog al te vaak discriminatie ondervinden in hun zoektocht naar werk. Dat stond begin deze maand nog maar eens in de krant. Er is ook een drempel om dat te melden. Iedere persoon moet zoveel mogelijk gelijke kansen krijgen in onze stad. Studies tonen bovendien aan dat diversiteit, échte diversiteit, een meerwaarde is in een bedrijf.

  • Welke acties zijn er specifiek om de rapportering van de incidenten te verhogen? De informatie juist in kaart brengen blijft de eerste, moeilijke, stap.

Er gaat economische groei verloren in tal van sectoren: toerisme, horeca, IT, … Zowel voor hoogopgeleide als laagopgeleide jobs is er nochtans een ‘war on talent’ bezig, dat in schril contrast staat tot het hoge aantal werkzoekenden. Daarom moeten we blijven inzetten op opleiding, aanleren van competenties, het digitale, en de talen. Want, het is een statistiek die steeds in ons achterhoofd moet blijven: praktisch geen enkele persoon die drietalig (Engels, Nederlands en Frans) is, is werkzoekende. We moeten eveneens blijven investeren in bijscholing, technisch onderwijs en levenslang leren. De opleiding moet aansluiten bij de werkelijke noden op de arbeidsmarkt. Het ultieme voorbeeld is duaal leren, de vraag daarnaar komt terug bij onze bedrijfsbezoeken aan zowel zeer grote als zeer kleine bedrijven. We moeten hier veel sterker op inzetten. Leerlingen leren de effectieve skills die nodig zijn in de job én krijgen vaak de mogelijkheid om daar hun eerste job te starten. Een win-win situatie dus én een antwoord op de schoolmoeheid, want schoolmoe is niet leermoe.

  • Hoe staat het met de evolutie naar een cité des langues? Welke initiatieven lopen daar momenteel rond?
  • Is er een evaluatie van de invoering van de competentiebalans gepland?

Onderwijs is niet uw bevoegdheid, meneer de minister, maar een optimale samenwerking kan altijd lonen. Duaal leren is hier een kans om samen te werken over bevoegdheden Gewest/Gemeenschap heen. U heeft al enkele initiatieven genomen in opleiding. Opnieuw horen we daar de bemerking dat werkgevers te weinig betrokken zijn. “Maak gebruik van onze expertise” smeken de Brusselse werkgevers bijna. Bedrijven zetten meer in op ‘learning on the job’. Actiris moet vertrouwen geven aan de werkgevers om als echte partners dit opleidings- en activeringsbeleid vorm te geven en synergieën te ontwikkelen.

Ik wil als laatste een lans breken voor een element dat hier nauw bij aanleunt. Zoals ik vermeldde in mijn tussenkomst over ICT: de wereld verandert constant. Ook voor de kantoormedewerker. De focus op het bijspijkeren van de skills van de werkzoekende of de laaggeschoolde blijft belangrijk. Maar die aandacht moet er ook zijn voor de werknemer die al werkzaam is in de dienstensector. Levenslang leren en bijleren ‘on the job’ blijft vitaal. Werkloosheid tegengaan is ook werkloosheid voorkomen, door werknemers de kans te geven om in te pikken op een omgeving met evoluerende uitdagingen. ‘Up-to-date skills’ zijn dan ook een voorname troef naar de toekomst toe, waar volgens ons ook dwarsverbindingen gezocht kunnen worden met bijvoorbeeld de GGC en initiatieven rond burn-out en welzijn op het werk.

Ik besluit mijn tussenkomst door nogmaals te benadrukken dat de werkgevers óók ‘klant’ zijn bij Actiris, niet enkel de werkzoekenden.

Ik dank u alvast voor uw antwoorden.

Meest recente berichten

Gemaakt door Code Nation via NationBuilder