Sla navigatie over

Khadija Zamouri: "Brussel ondersteunt de economische transitie naar een klimaatneutrale toekomst"

Brussel 4-10-2023 | Khadija Zamouri, Brussels parlementslid: Onze maatschappij en onze economie meeliften in de economische transitie naar een klimaatneutrale toekomst zal een van de belangrijkste uitdagingen blijven van het komende decennium. Het is een gigantische opdracht en hoe sneller we er werk van maken hoe beter. Daarbij moet de aandacht voor echt ondernemen voorop staan. Zij hebben hulp nodig bij de overgang en moeten terdege ondersteund worden, om te veranderen én om verder te groeien. We zien bijvoorbeeld dat de zware nijverheid en industrie de meeste vooruitgang aan het boeken in die transitie. We kunnen niet met één ideologische bril naar de economische transitie kijken, dat moet met 10, 20 of zelfs meer brillen. Het diverse Brusselse economisch landschap moet opties krijgen. 

Het is goed dat deze ordonnantie flexibiliteit meebrengt, en tegelijkertijd vereenvoudiging, duidelijkheid en efficiëntie realiseert. Daar ijverden we ook voor in de begrotingsbesprekingen vorig jaar. We blijven echter vragende partij om de vereenvoudiging van steunmaatregelen verder door te trekken. En na te gaan in welke mate al de begeleidingsmaatregelen voor de massa aan vzw’s en organisaties, ook vanuit hub.brussels en Innoviris, doeltreffend werken en of er geen dubbel op is. Zeker met de uitbreiding hier naar non-profitondernemingen. Daarom herhaal ik ons pleidooi voor een Spending Review hierrond.

Het is mooi dat we ondernemingen gaan belonen die al op weg zijn in de economische transitie en die een voorbeeldfunctie vervullen. Tegelijkertijd kan je de vraag stellen of niet net die ondernemingen die achterblijven, die het moeilijk hebben met de stap te zetten, aangespoord moeten worden en hen verder meenemen. De belofte van verhoogde steun kan daarin aanlokkelijk zijn, maar het zal moeilijk zijn om nog tegen 2024, een paar maanden, die omslag te maken. En de bedoeling van de steun moet blijven om iedereen mee te krijgen en de verandering in te zetten, niet om de kloof te verbreden tussen zij die al op weg zijn en zij die nog achterop hinkelen. Kan u toelichten wat de financiële verdeelsleutel is tussen de steun voor de ondernemingen die al begonnen zijn (en/of een voorbeeldfunctie vervullen) en de algemenere steun voor de economische transitie zonder voorwaarden. Met name, van het totaalbudget, hoeveel gaat naar de ene (en de verhoging) dan wel het andere?

Die voorbeeldfunctie, zoals bepaald in artikel 5, is vrij breed. Daar kan veel onder vallen, afhankelijk van hoe je het interpreteert. We moeten zorgen voor duidelijkheid naar de ondernemingen toe. Is het bijvoorbeeld zo dat er een bepaalde graad moet gehaald worden? Een combinatie van de verschillende doelstellingen zal bijvoorbeeld zwaarder doorwegen neem ik aan. Daarnaast wordt er verwezen naar een erkenningsstructuur rond die voorbeeldigheid, door wie zal die ingevuld worden? Kan men in beroep gaan? Zeker als u plant om die voorbeeldfunctie verder uit te breiden als voorwaarde voor steun vanuit Innoviris of het Brussels Waarborgfonds wordt dat een uiterst pertinente vraag.

Daarrond nog heel praktisch: Hoeveel middelen zijn er nodig om dit centraal erkenningssysteem op te zetten en in gang te houden? Komt er extra personeel, en in welke mate heeft dat een effect op de beschikbare middelen? Het doel moet voornamelijk liggen op de ondersteuning van de bedrijven, niet het creëren van een extra overheidsapparaat. Ook intern moet er vereenvoudigd worden.

Verdergaand op de voorbeeldfunctie, in paragraaf 4 wordt er gesteld dat ondernemingen (om steun te krijgen) het werkgelegenheidspeil in het Gewest niet mogen doen afnemen. Niemand is natuurlijk vragende partij voor een lagere werkgelegenheid, integendeel. Daartegenover staat dat we, zeker in de economische transitie, sterk moeten inzetten op innovatie. Innovatie creëert banen, dat bewijst de geschiedenis steeds weer, maar soms beweegt het in de eerste plaats in de andere richting. Het kan ook gevolgen hebben voor de soort banen die beschikbaar zijn. Hoe strikt moeten we deze voorwaarde in de ordonnantie interpreteren? Want het kan niet de bedoeling zijn dat we de arbeidsmarkt trachten te bevriezen. De economie, dat is een beest op zich, de overheid moet daar niet op microniveau proberen te sturen. Economische steun moet gericht gegeven worden. Ondernemen is soms vallen en opstaan.

Een alinea op pagina 6 stelt: “De middelen zijn meer gericht op startende ondernemingen en micro-ondernemingen”, maar verder staat ook “bij de concentratie van middelen wordt ook rekening gehouden met de economische welvaart van de regio en het aantal gecreëerde banen”. Als Open VLD zijn we een grote believer in het potentieel van nieuwe start-ups. We moeten die ook alle mogelijke kansen geven om te groeien en te innoveren. Toch lijkt deze alinea me een tegenstelling te bevatten. Want start-ups zijn bij hun begin niet degene die de meeste banen creëren. Daarvoor kijken we toch al snel naar iets grotere ondernemingen, waartoe succesvolle start-ups ook zelf uitgroeien. We moeten oppassen dat we niet enkel de niche-ondernemingen en non-profits ondersteunen, maar dat er ook voldoende aandacht gaat naar de KMO’s en de echte economie. Dat wordt ook verderop aangehaald in de ordonnantie, waar staat “de steun die wordt verleend, is hoofdzakelijk bestemd voor KMO’s”. De ordonnantie geeft ook aan dat steun voor grotere bedrijven niet uitgesloten is, al voelt het alsof er veel caveats zijn aan verbonden. Wat is uw ambitie voor grotere ondernemingen, zoals een Mabru, Audi of Sabca, als zij steun nodig hebt, hoe kan u dat dan doen? Kan u dat wat verduidelijken, of u zich voornamelijk richt op zko’s of ook KMO’s en hoe grotere ondernemingen ondersteund kunnen worden?

Om te besluiten, het Brussels Gewest moet zuurstof geven, de transitie bemoedigen en een ondernemingsklimaat vormgeven. Deze ordonnantie geeft een duidelijker kader en steun voor onze bedrijven daarvoor.

Meest recente berichten

Gemaakt door Code Nation via NationBuilder